• Kristel Busschaert

'Op reis' dichtbij huis

Deze week in de winkel. Een vrouw naast me aan de balie bij een behulpzame man die haar vertelt dat ze over haar belkrediet is gegaan en daardoor meer moet betalen. Ze antwoordt hem dat ze nu veel alleen is en met die feestdagen zich eenzaam voelde. Stilte. Hij gaat verder met info over de verschillende mogelijkheden om haar abonnement aan te passen. Weer geeft ze aan dat het lastig is. Ze is op zoek naar een luisterend oor. Weer stilte. Zo eentje die ongemakkelijk voelt aan zijn balie. Vanachter mijn mondmasker probeer ik haar mijn mooiste glimlach toe te sturen. Uit haar ogen kan ik lezen dat ze die ontvangt. En ja, natuurlijk wordt hij niet betaald om haar psychologische bijstand aan te bieden, maar even, heel even erkenning geven aan haar verzuchtingen had haar misschien een pak lichter naar huis kunnen sturen. Hij heeft kennis over élk onderdeeltje in haar toestel, maar niet over hoe om te gaan met haar gevoel. Dat zat vast niet in zijn opleiding. Bij gebrek aan die vaardigheid gaan we zo vaak nog in een emotionele kramp.


Diezelfde avond fiets ik richting de supermarkt. Bij het buitenkomen betrap ik mezelf erop dat ik voor de tweede keer 'sorry' mompel omdat ik bij het inladen van mijn fietstas even de opgelegde afstand uit het oog verlies. De man in het fietsenrek neemt het me niet kwalijk. 'Nog een fijne avond' zegt hij bij het wegfietsen. En ik betrap mezelf erop dat ik ook dat al lang niet meer hoorde uit de mond van een onbekende.

Op zo'n momenten mis ik mijn onderweg-zijn in landen waar dat spontane contact makkelijker gaat. Het geeft me af en toe het beklemmend gevoel van opgesloten te zitten in 'gevangenis Vlaanderen'. Maar het is wat het is. Reizen wordt niet echt aantrekkelijk gemaakt dus dan maar op 'verkenning' dichtbij huis? Me bevrijden van die enge definitie van vrijheid? Dat lijkt me een goed plan.



De fiets op naar een park in de buurt waar ik al vaker van hoorde. Op het einde van die lange dreef met een heerlijke bomenrij zie ik een kerkje staan. Nieuwsgierig als ik ben, loop ik er binnen. Twee mensen op een bankje. Meteen springt de man van middelbare leeftijd op en stelt zich voor. Hij is de priester van de parochie en heet me van harte welkom. Dat ik vorige week in een therapiesessie nog razernij voelde tegenover al die mannelijke autoriteit vanuit de katholieke kerk, waardoor de vrouw eeuwenlang onderdrukt werd, verzwijg ik maar even. Maar het voelt alsof hij kan voelen dat hij voorzichtig met mij moet omgaan. Bijzonder zorgzaam en oprecht geïnteresseerd is hij. Ook hij vindt het een vreemde tijd. Die ochtend had hij nog een begrafenis met 15 mensen en livestreams om thuis te volgen. De vrouw die een beetje verderop zit, wordt betrokken in het gesprek. Af en toe zorg ik voor een meisje met een beperking. Zij is moeder van zo'n meisje. Dat schept een band. We delen onze droom van een meer inclusieve maatschappij.

Onverwachts heerlijke babbel met onbekenden, het is hetgeen ik dagelijks ervaar tijdens mijn reizen. Lang geleden dat het ook zo dichtbij huis gebeurt. In een kerk nog wel. Zou de sessie van vorige week dan toch heling gebracht hebben, vraag ik me af. 'k Vermoed van wel. Nooit eerder zo'n vriendelijke priester ontmoet in Vlaanderen :-)


Bij het buitenkomen zie ik aan de overkant een café. Take-away. Meteen sneuvelt mijn goede voornemen. Zin in mijn eerste koffie van dit jaar. Ook mildheid naar mezelf toe was één van die goede voornemens dus dat houdt elkaar even in balans :-) Een mevrouw met een mondmasker komt aangesloft. Ik zie meteen dat ze het lastig heeft. Ze begint te vertellen, met tranen in haar ogen, dat ze net op de radio heeft gehoord dat de versoepelingen zijn uitgesteld tot 1 maart. Ik luister en vertel haar dat ook ik geweend heb bij de vorige verlenging van de maatregelen. Dat de onzekerheid weegt, mentaal en fysiek, die twee kan ik al lang niet meer scheiden. Toen haar zaak nog open was, vervolgt ze, was zij degene die luisterde naar haar klanten die wilden ventileren. Nu zijn het vooral haar klanten die luisteren naar haar. Ook dat mag er helemaal zijn, zeg ik haar. Bij vertrek verzeker ik haar dat ik graag nog eens een koffietje kom drinken als ook haar terras weer opent.


Op weg naar mijn fiets zie ik een beetje verderop een man met een detector tussen de bomen lopen. Gefascineerd als ik ben door mensen met dat engelengeduld kan ik het niet laten hem aan te spreken. Met enige trots begint hij over de verzameling aan metalen voorwerpen die hij in dat stukje bos al heeft opgegraven. Meteen krijg ik er een gratis geschiedenislesje bij: van de Romeinen naar de Franken tot de Gestapo die met z'n allen dat stukje grond inpalmden. Hoe hij op het idee kwam om dit te gaan doen in zijn vrije tijd wil ik nog weten. Een depressie tijdens de eerste lockdown, antwoordt hij. In de natuur zijn én zingeving hebben hem gered. Mooi vind ik dat. We nemen afscheid zonder 't gevoel te hebben dat we elkaar nooit meer gaan zien. Ook dat vind ik mooi.


Bijna een 'normale dag' en toch wil ik niet terug naar wat vroeger normaal was. Ook dat was waanzin.

Opgeladen fiets ik weer richting huis. Hoe gezegend ik me ook voel met mijn uitgebreid netwerk, vandaag kwam dat Leven met die grote -L me in zijn volle glorie weer even tonen dat mijn zieltje nog steeds gevoed wordt door spontaan contact met 'onbekenden'. En ja, 't is af en toe een verbinding van het hobbelige soort, maar toch. Bij het slapengaan bedenk ik me nog dat vooral corona geen excuus mag zijn om niet voor die verbinding te blijven kiezen. De illusie van afgescheidenheid eens helemaal laten varen... en dankbaar zijn voor al die kleine cadeautjes middenin de meest waanzinnige tijden. Misschien is dat wel hetgeen ik ook jullie het allermeest toewens aan het begin van dit bijzonder nieuw jaar!








202 keer bekeken1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven